Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Bedrijven voor rechter om asbestzaak Passage Corridor

Bij de sloop van een winkelpand in Passage Corridor in Veenendaal in juli 2009 stonden zo'n dertig tot veertig bouwvakkers bloot aan een gevaarlijke vorm van asbest. Dat stelde de Utrechtse officier van justitie C. van de Brand dinsdag tijdens een rechtszaak tegen verschillende betrokkenen bij de sloop.

Vanwege de tijdsdruk bij de werkzaamheden werd er in het laatste weekend van de verbouwing doorgewerkt. Op zaterdag vond een van de slopers een plaat waarvan hij vermoedde dat het om asbest ging. Hij waarschuwde zijn leidinggevende.

Die zette een deel van het pand af met een lint. Maar in de rest van de ruimte gingen de werkzaamheden gewoon door. De verdachten ontkenden dat zij werklieden onder druk hadden gezet om door te werken ondanks de asbestbesmetting. Maar twee betrokkenen verklaarden achteraf dat zij waren bedreigd met ontslag als ze niet door zouden gaan.

Ook de volgende ochtend, nadat een gespecialiseerd bedrijf voor asbestverwijdering was ingeschakeld, gingen de sloopwerkzaamheden in de rest van het pand verder. Terwijl de asbestmensen in beschermende witte pakken bezig waren, liepen de overige bouwvakkers onbeschermd rond.

Volgens de specialist kon dat, omdat het om een geringe besmetting zou gaan. Het ging volgens hem om zo'n twee tot drie vierkante meter. Maar de arbeidsinspectie legde het werk na een anonieme tip op zondagmiddag stil.

De officier wees er op dat er later op verschillende plekken in het pand een gevaarlijk hoge asbestconcentratie bleek te zijn. De asbestdeeltjes waren door de ventilatoren en sloopwerkzaamheden door de ruimte verspreid, aldus de officier. Volgens haar hadden de verdachten het werk moeten stilleggen na de gevaarlijke vondst.

Dat zij in plaats daarvan hadden besloten om juist nog een extra ploeg slopers in te zetten, zodat het werk op tijd klaar zou zijn, vond zij kwalijk.

Zij eiste werkstraffen tussen de 80 en 160 uur tegen vijf betrokken leidinggevenden en opdrachtgevers. Tegen zowel de leidinggevende van het gespecialiseerde asbestbedrijf als de leidinggevende van de sloop eiste zij bovendien voorwaardelijke celstraffen van respectievelijk twee en een maand.

Tegen het bedrijf dat voor de verbouwing verantwoordelijk was eiste de officier 35.000 euro boete, waarvan 15.000 voorwaardelijk. Het betrokken sloopbedrijf moest naar haar mening een boete van 40.000 euro betalen, waarvan de helft voorwaardelijk.

De raadslieden van de verdachten ontkenden dat hun cliënten onverantwoorde risico's hadden genomen. Zij stelden dat het gemeten asbestniveau te verklaren was door een eerdere asbestsanering. Omdat die niet goed was uitgevoerd, was er steeds asbeststof in het pand aanwezig gebleven, voerden zij aan.

Bron: Veenendaalse Krant


Zie ook verdere berichtgevingen op www.asbestenbouw.nl

Op May 26, 2011